Over het "scheppingsverhaal"
Schiep "god" de mens naar zijn beeld en gelijkenis... of omgekeerd?

 

Kijken we maar niet zo krenterig naar het "gegeven", dat "God" de aarde op de eerste dag, en de sterren pas op de vierde dag schiep. (die natuurkundig bewijsbaar aanmerkelijk ouder zijn dan de aarde). Met de natuurkunde heeft "Hij" het kennelijk niet zo nauw genomen.
In ieder geval, de zesde dag schiep hij een wezen naar zijn beeld en gelijkenis. - De mens -.

Zo schrijft de mens, die zelf sinds mensenheugenis niets liever doet, als wezens scheppen "naar zijn beeld en gelijkenis".
Zij het door natuurlijke voortplanting, alchemie, schilder - of beeldhouwkunst, tegenwoordigzelfs door robots en computers.
Is het nu "God" die zijn ideŽen in de mens verwezenlijkt, of is het omgekeerd de mens, die zijn overtuiging van het bestaan van een "schepper" in een "God" projecteert?
Kort na het "scheppingsverhaal" in het eerste boek Mozes, hoofdstuk 6, kapittel 2 tot 4 , "Het huwelijk der zonen Gods" verhaalt de geschiedschrijver zelfs over "zonen Gods" (wie dat dan ook mogen zijn) die omgang hebben met mensendochters.
Logisch, de mensen doen het zelf niet anders, denk maar eens aan al de kolonisten, die in de loop der geschiedenis hun "sporen" achterlieten.

"Vrolijke atheÔsten" beschouwen de bijbel als een sprookjesboek gelijk een ander, dat ook al niet geloofwaardiger wordt (eerder het tegendeel) , omdat het lang bestaat.

terug naar

 

Inhoud