Over het wachten
Ja, waarop wachten we dan?


Toen hij 5 jaar oud was dacht hij: "Als ik eerst naar school ga, ja dan begint het leven. dan leer ik vlijtig, word ik missionaris en bekeer alle mensen"

Toen hij 15 jaar oud was dacht hij: "Als ik eerst een beroep geleerd heb, ja dan begint het leven. Dan ben ik vrij en zelfstandig en verken ik heel de wereld".

Toen hij 25 jaar oud was dacht hij: "Als ik die grote liefde ontdek, ja dan begint het leven. Dan komt het echte geluk".

Toen hij 35 jaar oud was dacht hij: "Als ik eerst maar carričre gemaakt heb, ja dan begint het leven. Dan schiet er niemand meer onder mijn duiven".

Toen hij 45 jaar oud was dacht hij: "Als de kinderen uit het huis zijn, ja dan begint het leven. Dan ben ik alleen nog voor mezelf verantwoordelijk".

Toen hij 55 jaar oud was dacht hij: "Als ik in een paar jaar mijn pensioen krijg, ja dan begint het leven. Dan reis ik de wereld rond zolang ik maar zin heb".

Toen hij 65 jaar oud was dacht hij: "Als ik mijn gespaarde geld nog een paar jaartjes heel goed beleg, ja dan begint het leven. Dat is dan een goed fundament voor mijn kinderen en kleinkinderen, en met de rest worden de bloemetjes buiten gezet".

Toen hij 75 jaar oud werd dacht hij niets meer, alles was voorbij! Te laat om te leven. Nu gebeurt er niets meer.

Niets was er terechtgekomen van:

*                                                                   de liefde met een grote L

*                                                                   het geluk met een grote G

*                                                                   het succes met een grote S

zoals de professionele verleiders uit de reclame het hem altijd voorgespiegeld hadden.

Tot zijn 85 e heeft hij nog gewacht. Meestal knorrig mopperend. Toen pas realizeerde hij zich, dat hij wat verzuimd had. Verdrietig over zijn voorbije kansen is hij van ons heen gegaan.

Het was een mooie begrafenis. In zijn grafrede werd hij hoog geprezen, de erfgenamen maakten ruzie om zijn nalatenschap, zijn vrouw schonk hem een mooie grafsteen. Daar ligt hij nu te verrotten in het slijk der aarde.

Confuzius of Laotse (ik weet het niet precies wie) heeft eens gezegd: "De weg is het doel". Dit zijn wijze woorden, want een reserveleven komt niet meer.

"Vrolijke atheļsten" wachten niet op een reserveleven. "Vrolijke atheļsten” leven hier en nu. "Vrolijke atheļsten" proberen tenminste, de sleutel van hun geluk in het alledagelijkse te vinden en niet in willekeurige imaginaire aktiviteiten.

terug naar

 

Inhoud