Voor alle mensen die absoluut aan een leven na de dood willen geloven
Sommige mensen kunnen (of willen) zich niet voorstellen, dat het na de dood voorbij is.

 

Sinds Einstein 's relativiteitstheorie weten wij, dat er niets verdwijnt. Ofwel het bestaat als massa, of het existeert in de gedaante van energie.

Sinds de mensheid bestaat, laat iedereen, hoe onbeduidend hij ook geweest mag zijn, sporen achter, die de mensheid tot dat gemaakt heeft, zoals ze nu is.

Stellen wij ons eens voor...
Ongeveer tweehonderdduizend jaar geleden zat Hurka voor een rubberboom, kerfde met zijn stenen bijl in de schors en vond het lollig, dat hij met het sap dat er uit liep kon spelen. Hij vond het plezierig dat, hoe vaak hij er ook aan trok, het sap telkens zijn oorspronkelijke vorm weer aannam. Iemand anders die dat zag, kwam op het idee, om met het sap van de boom een katapult te maken. Het is best mogelijk, dat het nog een paar generaties geduurd heeft, eer het spel een katapult werd.

Deze, en vele andere gebeurtenissen hebben het mogelijk gemaakt, dat wij nu naar de maan kunnen reizen.
Misschien heeft Hurka alleen maar in de rubberboom gekerfd omdat zijn vrouw Illa...Stop. (Voor alle geémancipeerde vrouwen), het kan natuurlijk ook Illa geweest zijn, die uit verveling in de boom gekerfd heeft, omdat Hurka maar weer op zich liet wachten.

In ieder geval waren Hurka of Illa één van de grondleggers van onze reizen naar de maan.

Ik wil daarmee zeggen, dat iedereen, die ooit geleefd heeft, op zijn manier een steentje aan de samenleving heeft bijgedragen.
De som van al deze bijdragen, ook al waren ze nog zo miniem,  hebben de mensheid tot datgene gemaakt, wat zij nu geworden is. Alle intellectuele prestaties leven in ieder van ons voort.

Dit is tevens de verklaring van het verschijnsel, dat er zoveel uitvindingen, onafhankelijk van elkaar, gelijktijdig gedaan zijn.

Hoe groot - of klein - de individuële bijdrage van ieder mens afzonderlijk geweest is, kunnen wij vaststellen, wanneer wij de ontwikkelingstrap kunnen observeren van in isolement opgegroeide mensen. Het zijn er niet veel geweest in de loop van de geschiedenis, maar één eigenschap hadden deze individuen allemaal gemeen: ze waren zwaar onderontwikkeld.
Hieraan kan men zien, dat de bijdrage van elke mens afzonderlijk, niet groter is als die van een debiel.

Zo gezien, hebben wij geen reden veel te pronken met onze "persoonlijke prestaties".
Wij zijn zo te zeggen de geestelijke wedergeboorte van onze voorouders.

terug naar

 

Inhoud