Over de trots
Eerder een gebrek.


De trots is zogenaamd een positieve eigenschap.

"Ik ben te trots, anderen om raad te vragen". Eigen schuld als je dom blijft
"Ik ben te trots, om toe te geven, dat ik geen geld heb, en naar de Sociale Dienst te gaan". Eigen schuld, als je verhongert.
"Ik ben te trots, om iemand de weg te vragen, wanneer ik die weg niet weet". Eigen schuld, als je verloren loopt.

"Ik ben er trots op, dat ik een Belg (Hollander, Turk, Zwitser, Kroaat) ben". Hoe kan ik nu trots zijn op een toestand, die in de meeste gevallen, zonder de kleinste inspanning van mij zelf, tot stand is gekomen?

Trots verhindert, dat een moeder tegen haar dochter zegt: "het spijt me, ik had het gans anders bedoeld".
Trots verhindert, dat die dochter tegen haar moeder zegt: "het spijt mij, ik heb wel een beetje cru gereageerd".
Trots verhindert, dat die twee nog contact hebben met elkaar.
Trots zij dank, lijden zij beiden.

Is trots niet eerder een eigenschap, die de oorzaak is van verknoeide kansen en gemist geluk?
Is trots niet eerder een eigenschap, die ongeluk veroorzaakt?
Moet trots niet ontstaan zijn als vervanging van allerlei andere mogelijke gebreken?
Bijvoorbeeld: Gebrek aan zelfbewustzijn, gebrek aan prestatie, gebrek aan intelligentie, gebrek aan genotzucht, gebrek aan waardering, gebrek aan liefde, gebrek aan opportunisme, gebrek aan...
Waarschijnlijk is het zo: als ik dan al niets heb, heb ik tenminste mijn eigen trots nog. Slechts weinigen komen op het idee, dat trots juist het gevolg is, van iets dat ontbreekt, een ander tekort dus. Vermoedelijk willen ze dit helemaal niet weten.

De "vrolijke athe´st" zoekt liever naar de oorzaken van de gebreken en tracht deze op te ruimen, in plaats van zich te verschuilen achter verraderlijke trots. Trots die enkel frustratie en ongeluk brengt.
Als hij die oorzaak gevonden heeft, kan hij echt trots zijn. Dan kan trots ook eens iets positief zijn.

terug naar

 

Inhoud