Over vooroordelen
Die; - heb ik niet!

 

"Die Zwarten" hebben niets beters te doen, dan elkaar wederzijds te vermoorden, wordt gezegd, als mensen van de één of ander gruweldaad in Afrika horen.
Dan worden er ongeveer 600 miljoen mensen over één kam geschoren.

"Die van de Balkan" zijn te dom om in vrede met elkaar te leven, wordt gezegd, als mensen over de oorlog in Joegoslavië praten.
Dan worden er ongeveer 50 miljoen over één kam geschoren.

Wanneer een Italiaan een meisje ongewenst lastig valt, heet het: de Italiaanse mannen zijn allemaal papagalli.
Dan worden er ongeveer 30 miljoen mensen in één pan geworpen.

Vast het werk van de rechtse radicalen zegt men wel, als er een asielzoekerscentrum afbrandt.
Dan bedoelen wij daar altijd nog een paar honderdduizend mensen mee.

Mijn collega's drinken er graag eentje voor de dorst, zeggen mensen, als het er op de bouw eens vrolijk aan toe gaat.
Daar reduceert het aantal zich tot nog altijd een massabeschuldiging van een paar duizend.

Hoe dichter de kritiek bij onzelf terechtkomt, des te minder kritiek we gaan leveren.
Wanneer ik een bouwvakker ben zal ik vast niet op het idee komen om te zeggen: "wij van de bouw drinken graag eens eentje voor de dorst!". Terwijl velen van ons denken, dat iedere bouwvakker een zuiplap is.

Waarom durven wij niet zeggen: "wij hebben het asielzoekercentrum in de brand gestoken"? Wie beschouwen wij als horend bij ons? Genoeg mensen uit andere landen betrekken dat wel op “ons”.

Horen bouwvakkers bij ons, horen rechts radicalen bij ons, hoort Italië bij ons, hoort Joegoslavië bij ons, hoort Afrika bij ons? Waar hoort de grens te liggen van wat nog bij ons hoort. Voelen wij ons Amsterdammer, Antwerpenaar, Nederlander, Belg, Europeaan, of wereldburger? Wie zijn onze buren, waar we in vrede mee willen samenleven?

Zijn alle Europeanen uitbuiters? Waarschijnlijk niet meer of minder dan “onze eigen mensen”, die in de benarde situatie terechtkomen en in die situatie niet anders meer te kunnen, dan overleven.

Kennelijk maken wij mensen onderscheid in vriend, vijand en het grote neutrale midden, waar we mee omgaan, maar niet verbonden voelen. We delen de wereld om ons heen in, afhankelijk van ons (voor)oordeel. Bij gebrek aan juiste informatie zijn we bovendien bereid om grof te generaliseren.

Het komt er op neer dat we ons selectief verbinden met mensen, al naargelang het ons uitkomt.

*  -positief verbinden (positief oordeel) met vrienden

*  -geen verbinding met het grote neutrale midden

*  -negatief verbinden (negatief vooroordeel) met vijanden.

Daardoor zijn we niet echt verbonden met de wereld, maar afgescheiden

Laten we ons niets wijsmaken! Niemand is vrij van oordeel en vooroordeel, het zou al een reusachtige vooruitgang zijn, indien wij het mechanisme van veroordelingen eerst bij onszelf bewust worden en erkennen. Dan wordt het voor ons ineens een stuk eenvoudiger om niet of tenminste met mildheid te oordelen over mensen, die net als wij, oordelen en veroordelen. We lijken allemaal op elkaar als twee druppels water.

Vrolijke atheïsten proberen in gelijkmoedigheid te leven met andere mensen; kritisch naar zichzelf en naar hun omgeving te kijken, zonder positieve of negatieve veroordelingen.

terug naar

 

Inhoud